Voor hetzelfde geld...
Michiel werkte jarenlang in de financiële en commerciële wereld, maar verschoof zijn loopbaan stap voor stap richting het maatschappelijke domein. Bij Veenvesters stuurt hij op financiën, bedrijfsvoering en strategische keuzes. Zijn werk is minder zichtbaar, maar cruciaal voor alles wat de corporatie mogelijk maakt.
‘Ik heb lange tijd bij een bank gewerkt, onder andere als accountmanager bijzonder beheer, waar ik me bezighield met faillissementen. Daarna ging ik aan de slag bij een advieskantoor dat gespecialiseerd was in treasury voor semipublieke instellingen, vooral woningcorporaties. Vervolgens werkte ik bij een scholenstichting. Mijn functies werden steeds minder commercieel en steeds maatschappelijker en dat beviel me eigenlijk steeds beter.’
‘Niet heel bewust, eerlijk gezegd. Ik zocht een nieuwe functie als manager bedrijfsvoering en stond open voor verschillende maatschappelijke sectoren. De vacature bij Veenvesters kwam toevallig voorbij. Mijn vader werkte vroeger bij een woningcorporatie en via mijn werk kende ik de sector al een beetje. Achteraf denk ik: dit had ik veel eerder moeten doen. Het werk is inhoudelijk veel interessanter dan ik vooraf had verwacht.’
‘Veel mensen denken dat woningcorporaties zwaar gesubsidieerd zijn, maar dat is niet zo. We moeten het grotendeels doen met huurinkomsten. Als bijvoorbeeld de cao stijgt, stijgen die inkomsten niet automatisch mee. Dat betekent dat je continu scherpe keuzes moet maken. Je hebt één euro en die moet je verdelen over betaalbaarheid, beschikbaarheid, verduurzaming, leefbaarheid en een gezonde organisatie. Die puzzel maakt het werk complex en inhoudelijk uitdagend.’
‘Dat kwam al vrij snel, bij het opstellen van mijn eerste begroting. Toen merkte ik hoe interessant het spanningsveld is tussen ambities, maatschappelijke doelen en financiële kaders. Dat was het moment waarop ik dacht: dit past precies bij mij.’
‘Veel mensen denken dat je bij een woningcorporatie minder verdient dan in de commerciële sector, maar dat is echt een misvatting. De secundaire voorwaarden zijn goed: een individueel keuzebudget, een degelijk pensioen en een gezonde werk-privébalans. Natuurlijk kun je elders soms meer verdienen, maar daar staat hier iets tegenover wat ik de “sociale kers op de taart” noem: maatschappelijke betekenis.’
‘Een woningcorporatie is geen speedboot, maar een mammoettanker. Besluiten kosten tijd, maar zijn daardoor ook doordacht. Dat geeft rust. Mensen uit de commerciële wereld moeten daar soms aan wennen, maar kunnen juist helpen om processen die wél sneller kunnen, te versnellen. Het is een mooie combinatie van geduld en daadkracht.’
‘Beschikbaarheid. Zorgen dat er voldoende woningen zijn voor zoveel mogelijk mensen. Dat is de kern van ons werk. Natuurlijk zijn er beperkingen: geld, regelgeving, politiek, en praktische hindernissen zoals parkeernormen. Maar ik zie dat niet als frustratie, eerder als een uitdaging. Het dwingt je om creatief te denken en samen te werken met gemeenten en partners.’
Michiel van der Leerde
Het dwingt je om creatief te denken en samen te werken met gemeenten en partners.
‘Dat we rijk zouden zijn. Op papier hebben we veel vermogen, maar dat zit vast in stenen. Het is geen geld dat je zomaar kunt uitgeven. Daarnaast staan we onder streng financieel toezicht. Toezichthouders kijken kritisch mee. Dat maakt de organisatie financieel gedreven, maar dat is ook noodzakelijk om continuïteit te waarborgen.’
‘De omvang van de leefbaarheidsproblematiek. Ik woon zelf niet in een sociale huurwoning, dus ik kende die wereld niet van dichtbij. Je krijgt soms te maken met GGZ-problematiek, vervuilde woningen en mensen die moeite hebben om grip te houden op hun leven. Dat raakt je. Het laat zien dat we veel meer doen dan alleen vastgoed beheren.’
‘Dat vraagt bewustzijn. Ik ben niet de doelgroep van de corporatie. Soms betrap ik mezelf op snelle oordelen, maar professioneel moet je die parkeren. Je leert hier het verschil tussen persoonlijke en professionele blik. Dat maakt je scherper en ook empathischer.’
‘Niet één concreet moment, maar vooral de strategische gesprekken in het managementteam en met de raad van commissarissen. Die zetten me aan het denken. Ik probeer collega’s altijd medeverantwoordelijk te maken voor het financiële geheel. Ik zeg vaak: elk goed plan is te financieren maar dan moet het plan wel goed zijn.’
‘Mijn bijdrage is indirect. Ik sta niet dagelijks in contact met huurders, maar ik weet dat mijn werk een essentiële schakel is. Het geheel maakt de impact, en daar voel ik me verantwoordelijk voor. En het werk is inhoudelijk veel interessanter dan je denkt.’